1840-1844

Nederland kent veel armoede, vooral op het platteland. Niet alle kinderen kunnen naar school. In 1840 krijgt Veghel een nieuwe pastoor: Bernardinus van Miert (later Deken Van Miert). In 1842 laat Pastoor Van Miert het eerste klooster en gasthuis bouwen
voor de zusters uit ’s-Hertogenbosch die hier actief zijn. Omdat de pastoor afhankelijk is van de oversten in Den Bosch en meer zeggenschap wil, is hij op zoek naar eigen zusters voor zijn parochie, die de zorg aan armen en onderwijs aan kinderen op zich nemen. Hij vraagt zijn nicht Koosje van Miert (later zuster Teresia van Miert) en twee andere vrouwen om ‘zijn’ congregatie te beginnen. Zij worden opgeleid bij de Zusters Franciscanessen in Roosendaal. Na hun kloosteropleiding komen zij op 24 juni 1844 in Veghel terug en wordt zuster Teresia van Miert aangewezen als de voorlopige overste. Op 24 juni wordt daarom de stichtingsdag van de congregatie gevierd.
1850

In Veghel komt een pensionaat (internaat) voor meisjes, om eigen onderwijspersoneel op te leiden. Zij krijgen les in het Frans. Later, in 1903, krijgt de hieruit ontstane kweekschool officieel erkenning en ontvangt rijkssubsidie.
1856

Pastoor J. de Louw, pastoor van Deurne, vraagt Deken Van Miert om zusters uit Veghel. Hij zag het goede werk van de zusters, zoals hulp aan ouderen, zieken en onderwijs aan meisjes. Het eerste succursaal-huis (nevenvestiging) is een feit; het begin van vele vestigingen in Nederland.
1872

Het klooster wordt door Pierre Cuypers geheel verbouwd in neo-renaissancestijl en krijgt daarmee zijn huidige vorm. Het past dan qua stijl geheel bij de in 1863 gereedgekomen neo-gotische Sint-Lambertuskerk in Veghel.
Vanaf 1885

De congregatie groeit, net als de vele diensten aan de samenleving: onderwijs, ziekenzorg, gehandicapten-zorg en bejaardenzorg. Dit alles gebeurt ‘Ter liefde Gods’, het motto van de zusters van Veghel, en wordt met veel enthousiasme gedaan. Het onderwijs groeit door de jaren heen uit van kleuterschool tot pedagogische
academie. Ook de ziekenzorg groeit naar twee streekziekenhuizen (Veghel en Deurne).
1900

Aan het Middegaal in Veghel wordt het Sint Josephgasthuis met klooster gebouwd. Naast de opvang van ouderen zijn er faciliteiten om zieken te verzorgen. Dr. Verbeek en dr. Van der Voort zijn de eerste artsen. In 1935 bouwt men een nieuwe vleugel aan het Sint Josephgasthuis. Ook krijgt het ziekenhuis een tbc-afdeling en moderne operatiekamers.
1901

In Zijtaart wordt het 14e succursaal-huis gesticht. Dit is vooral bedoeld voor de opvang en verzorging van de eigen, inmiddels bejaarde zusters. De pastoor vraagt ook om onderwijzend personeel voor meisjes. De congregatie blijft zich uitbreiden met vestigingen door heel Nederland (1904-1963).
1906-1975

Het buitenland vraagt zusters uit Veghel in missiegebieden te dienen. In 1906 wordt een missie gestart in Singkawang op Borneo (Kalimantan) Indonesië, op uitnodiging van de Paters Capucijnen. In 1929 vertrekken zusters op uitnodiging van Mgr. Jurgens naar de Filipijnen, om hem te helpen bij het stichten van een inlandse congregatie. Ook in Afrika
vraagt men om missionarissen. In Tanzania wordt een nieuw missiegebied geopend. In 1962 vestigen zich zusters in de plaats Kipatimu. Dit blijkt een zeer zwaar missiegebied. Enkele zusters komen ziek terug. Na het overlijden van een zuster besluit het bestuur deze missie te sluiten. In 1975 komen de laatste twee zusters terug naar Nederland.
1914-1918

De Eerste Wereldoorlog breekt uit. In de gebouwen van de zusters is plaats voor vluchtelingen en er is inkwartiering van soldaten en krijgsgevangenen. Zelfs het Rode Kruis doet een beroep op de zusters om te helpen aan het front, om gewonden te verzorgen. Zij zijn daar later door de Belgische staat voor onderscheiden.
1940-1945

De Tweede Wereldoorlog is ook voor de zusters een moeilijke tijd. Kloosters en scholen worden bezet en gebouwen verwoest. Sommige zusters moeten vluchten en een aantal zusters komt om door het oorlogsgeweld. De Nederlandse zusters in de Filipijnen
en Indonesië worden tijdens deze oorlog in Japanse interneringskampen vastgezet. Sommigen sterven, anderen keren na de oorlog getraumatiseerd terug naar Nederland. Andere zusters pakken hun missiewerk weer op.
Jaren 60

Veel zusters treden door maatschappelijke ontwikkelingen uit. Zij realiseren zich dat ze buiten het klooster net zoveel mogelijkheden hebben om zich te ontplooien én daarnaast een goed religieus
leven kunnen leiden. De aanwas van nieuwe zusters wordt zo klein, dat de congregaties hun opleidingen moeten samenvoegen.
Vanaf 1970

De zusters worden ouder. Het werk in het onderwijs, ouderenzorg en ziekenzorg gaat geleidelijk over naar leken. De zusters dragen de leiding van de ziekenhuizen (St. Josephziekenhuis, later Bernhoven, en Willibrordus in
Deurne), bejaardenhuizen (zoals Joachim & Anna in Veghel) en scholen (onder andere de PABO), over aan niet-religieuze, maatschappelijke instellingen. Vitale zusters blijven werken met kwetsbare mensen: ze helpen in de parochie, bij vluchtelingen, alcoholverslaafden, de opvang van dak- en thuislozen, de voedselbank, de opvang van eenzame mensen en bij migranten.
1973
Er treden geen nieuwe jonge vrouwen meer in, in Nederland. In 1982 doet men nog een poging om jonge vrouwen die belangstelling hebben voor het kloosterleven een kans te geven. Al deze pogingen slagen niet. Het gevolg is een kleiner wordende Nederlandse Provincie en noodgedwongen sluiting van de verschillende huizen.
1984-2010

De Filipijnse Zusters Franciscanessen van Veghel vestigen zich in Thailand (1984). In 1985 vindt het Herstructureringskapittel plaats. Omdat de andere (buitenlandse) provincies groeien en Nederland kleiner en ouder wordt, is het tijd om de andere
delen van de congregatie meer zelfstandigheid te geven. De congregatie wordt opgedeeld in drie provincies: Nederland, Indonesië en de Filipijnen. De leiding van de gehele congregatie is in handen van een internationaal Generaal Bestuur en zetelt in Veghel. Zij blijven verbonden met elkaar, maar met een grote mate van zelfstandigheid. Een ingrijpend besluit, vooral voor de Nederlandse zusters. Het kost hen veel moeite en pijn; van moeder-zijn naar medezuster-zijn is niet makkelijk. In 1989 komt er een vestiging in Japan, vooral gericht op Filipijnse arbeidsmigranten en in 2010 wordt Filipijnen Zuid een zelfstandige provincie. In 2008 starten zusters uit Filipijnen Noord een missie in Canada voor sociaal werk onder de oorspronkelijke bewoners. Deze missie werd in 2020 opgeheven. In 1994 wordt in Kenia een nieuwe missie geopend door zusters uit de drie provincies.
Naar aanleiding van de nieuwe structuur worden er, met deelname van alle zusters, nieuwe constituties en statuten geformuleerd. Deze worden in 1988 door Rome goedgekeurd.
2001

Het contact met de buitenwereld wordt kleiner en de omschakeling van geheel zelfstandig naar afhankelijk vraagt om offers, maar biedt ook mogelijkheden tot ontplooiing. Om dit werk zo goed mogelijk te laten verlopen wordt de Stichting Teresia van Miert opgericht, de werkorganisatie voor de zusters van Veghel.
2006

In Zijtaart sluit het laatste succursaal-huis. Het sluiten van elk huis bracht een lastige opgave mee om het een zo goed mogelijke nieuwe bestemming te geven. Niet elke ontwikkeling verliep vervolgens zoals gehoopt, maar in Zijtaart is dat dankzij de inzet van de gemeente Veghel heel goed gelukt. Het klooster is een levend hart van de dorpsgemeenschap geworden.
De zusters hebben nog één huis, waar het allemaal begon: het Moederhuis in Veghel.
2010

De zusters proberen hun erfgoed door te geven aan volgende generaties. Zij zijn zich ervan bewust dat ze in een proces van voltooiing zijn. Geleidelijk aan wordt het leven van werk en activiteiten afgesloten en komt er meer tijd en ruimte voor gebed en bezinning.
2013

Het Generaal Bestuur vertrekt uit Nederland. De erfgoedcommissie van de congregatie werkt aan het Spiritueel Document: ‘Als bomen in deze grond’, met de tien grondwoorden van de Franciscanessen van Veghel. Dit is het basisdocument voor het vastleggen van het spiritueel erfgoed en voor het proces van herbestemming.
2015

Ook het Moederhuis wordt te groot en vraagt om een nieuwe bestemming. Zuster Gerda van Gogh, provinciale overste, tekent namens de Zusters Franciscanessen van Veghel een samenwerkingsovereenkomst met Zenzo Maatschappelijk Vastgoed. Samen met ontwikkelaars Coen
Hendriks en Michiel Wijnen worden plannen gemaakt voor het proces van herbestemming van gebouwen en bezittingen in de traditie van de congregatie.
2016-2021

Overleg op velerlei fronten volgt voor de ontwikkeling van ‘Het Kloosterkwartier’, zoals de nieuwe wijk zal gaan heten.
De bestaande en nieuwe gebouwen – gepland op het kloosterterrein – zullen volgens het gedachtegoed van de zusters voor een groot deel een maatschappelijke invulling krijgen. Dit initiatief wordt door veel partijen omarmd en samen met de gemeente Meierijstad wordt er door 11 maatschappelijke organisaties op 25 september 2019 een intentieovereenkomst getekend onder de naam ‘Leefgoed’.
Leefgoed is een gezamenlijk project, waarbij vanuit diverse organisaties, wijkbewoners en gemeente een netwerk ontstaat. Iedere partij werkt vanuit zijn eigen kracht en deelt kennis en kunde met de anderen. Dit met als doel een samenleving waarbij mensen omkijken naar elkaar en zorg en aandacht hebben voor elkaar. Op 25 juni 2020 wordt het ‘Masterplan Kloosterkwartier’ in de gemeenteraad van Meierijstad goedgekeurd en kan het verder uitwerken van de plannen beginnen.
De zusters bouwen hun eigen werkorganisatie verder af en besluiten te gaan samenwerken met Stichting Laverhof.
2022

Om ruimte te geven aan de herontwikkeling van het Moederhuis verhuist de communiteit samen met de werkorganisatie tijdelijk naar Annahof in Wijbosch. Zij zullen in 2024 terugkeren naar Veghel en in Fioretti, een van de nieuwe appartements-gebouwen, gaan wonen.
Daar ontvangen ze de nodige zorg van Stichting Laverhof en creëren ze een manier van wonen met zorg waarbij het motto ‘samen leven, samen zorgen’ ook zal gelden voor hun medebewoners. Op die manier willen de zusters in de huidige individualistische tijd de kracht van gemeenschap blijven tonen.
Zusters Franciscanessen SFIC Wereldwijd
